Vaak besef je pas de waarde van iets als je het mist, De Dijk zong het al. Nu is het niet zo dat de waarde van de samenwerking tussen gemeente en corporaties voor de stad langs me heen is gegaan. Het is fijn wonen in Groningen, met z’n gemengde wijken en betaalbare woningen, waar van alles te doen is en de verschillen nooit groot zijn. Maar pas nu dit dankzij het Rijksbeleid onder druk komt te staan, besef ik dat alles wat zo normaal leek, stiekem toch best bijzonder is.

Even voor de duidelijkheid: de middelen en ruimte van de gemeente en corporaties staan onder druk nu er, naast de crisis, zo veel bezuinigingen en wetten vanuit Den Haag op de partijen af komen. Discussies over de wijkaanpak en leefbaarheid, over goede sociale huurwoningen, ruimte voor bewonersinitiatieven en keuzevrijheid, gingen altijd over de vraag hoe professionals en bewoners dit konden inrichten, echt niet óf er überhaupt sprake van was. Door de druk uit Den Haag gaat het misschien toch meer over ‘óf’, in plaats van over ‘hoe’. En dat is jammer!

Een tijdje terug bezocht ik een debat van Roeg & Roem, dat ging over de druk op de sociale woningvoorraad. Nog iets dat altijd zo vanzelfsprekend was; voor mensen met een laag inkomen waren er betaalbare huurwoningen. Maar uit een onderzoek, dat de gemeente en de corporaties lieten uitvoeren, blijkt dat steeds meer mensen zijn aangewezen op goedkope huurwoningen en dat de armoedegroep onder hen groeit. Tegelijkertijd stijgen huren door wettelijke verhogingen en huurharmonisatie. En, alsof dat nog niet genoeg is, neemt het aantal goedkope woningen af doordat de nieuwbouw stagneert en corporaties genoodzaakt zijn huurwoningen te verkopen.

Voor het debat legt Pieter Bregman, directeur bestuurder van Nijestee, uit dat, omdat de druk op de sociale woningvoorraad stijgt, corporaties en gemeente wel pijnlijke beslissingen moeten nemen om zoveel mogelijk woningen beschikbaar te kunnen blijven stellen. Eén voor één ging hij de pijnlijke dilemma’s langs:

1.      Laat je de keuzevrijheid bij de huurders of maak je de toewijzing inkomensafhankelijk?

Vraag hierbij is: wie bepaalt wat voor wie een passende huurwoning is? Moet je als corporatie willen selecteren bij de poort? Het huidige systeem steunt op keuzevrijheid, en dat lijkt mij een belangrijk recht.

2.      Kies je nu voor lage huren (en een mindere kwaliteit) of investeer je in duurzame maatregelen waardoor de vaste lasten van de huurders op de lange termijn dalen?

Kan het deel van de doelgroep dat het minst te besteden heeft de investeringen in duurzaamheid wel dragen? Maar aan de andere kant, in hoeverre is het laag houden van de huurprijs een oplossing? Dat lijkt me zo’n korte termijn oplossing en mensen komen in slecht onderhouden huizen te wonen waardoor de kloof tussen arm en rijk zich stiekem weer wat verbreedt.

3.      Moet de sociale woningvoorraad niet exclusief voor huishoudens met een minimum inkomen beschikbaar moet worden gesteld?

Hierdoor wordt een groot deel van de huidige doelgroep tot de particuliere markt veroordeeld. Ik vraag me af of dit werkt. De groep die nu net niet in aanmerking voor een sociale huurwoning komt, kan al nauwelijks een huis op de koopmarkt of particuliere huurmarkt vinden.

Na al deze informatie snap ik het: het zijn interessante en inderdaad pijnlijke keuzes waar corporaties en de gemeente voor staan, en ze raken veel mensen. Vol verwachting wacht ik het debat tussen raadsleden af, welke knopen hakken ze door? Vinden zij ook dat iedereen, arm of rijk, recht op vrijheid van keuze heeft? Dat je in lange termijn oplossingen moet denken en niet een deel van de inwoners in slechte maar goedkope huizen mag laten wonen? Dat wijken gemêleerd moeten blijven en het sociale woningaanbod voor iedereen voor wie de particuliere sector de duur is?

Aan tafel schuiven vertegenwoordigers van de PvdA, D66, SP, GroenLinks, CU en CDA aan. Maar het wordt geen debat, althans, is het een debat als iedereen het eens is? Alle partijen beamen dat corporaties en gemeente zich in moeten zetten om zo veel mogelijk woningen beschikbaar te kunnen blijven stellen voor huurders met een laag inkomen. Maar… hoe dan? Welke keuzes maken zij in de beschreven dilemma’s? Het antwoord bleven ze schuldig. En toch, dat ze het eens zijn betekent dat de discussie zal (of moet?) gaan over het ‘hoe’ en niet over het ‘óf’!

Mette is graag een bruggetje en verbind op een verfrissende manier verschillende organisaties, culturen, plannen en mensen met elkaar. Met veel plezier vervult ze de rol van frisse luis in de pels op thema’s als leefbaarheid en participatie. Mette was in 2015 projectleider bij Roeg & Roem.

Bekijk al onze bloggers