geschreven door: dr. Carina Wiekens

Wie wil er nu niet een woning die op jaarbasis voldoende energie opwekt om aan de vraag te voorzien? Op papier lijken Nul op de meter woningen de perfecte oplossing. Maar wat betreft voorlichting, communicatie en verwachtingsmanagement blijken er in het huidige proces zeker een aantal haken en ogen te zitten. Dr. Carina Wiekens, onderzoeksleider Energie & Gedrag aan de Hanzehogeschool Groningen, gaat hier naar aanleiding van het Spitsuurtje Nul op de meter, wat kan er beter dieper op in. Maar wat werkt er dan wel?! Dat lezen we volgende week in deel 2, waarin Carina uitlegt wat je kunt bereiken als je bewoners niet als individuen of losse huishoudens beschouwt, maar als sociale groep.

Steeds hogere kosten

Nul op de meter woningen klinken ideaal: Slechts enkele tientjes of wellicht helemaal niets aan de energierekening besteden, wellicht een meer comfortabele woning en daarmee ook nog een bijdrage leveren aan een meer duurzame samenleving! Mede vanuit de zorg dat mensen met weinig of geen inkomen geconfronteerd worden met steeds hogere kosten voor gas en elektriciteit, worden in de sociale huursector dergelijke Nul op de meter woningen gerealiseerd.

Aandacht voor communicatie

Hoewel Nul op de meter woningen een mooie bijdrage leveren aan het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad, hebben de eerste ervaringen met vooral het renoveren van verouderde sociale huurwoningen ook een aantal uitdagingen opgeleverd. Zo blijkt bijvoorbeeld dat de voorlichting cruciaal is en dat het op dit gebied, hoe goed je het ook voorbereidt, gemakkelijk verkeerd gaat. Een voorbeeld is een project in Heerhugowaard waarin visuele informatie werd gegeven over het eindresultaat en, aanvullend en leidend, schriftelijke informatie. Hoewel in de schriftelijke informatie duidelijk stond weergegeven wat de afwijkingen van de eigen woningen zouden zijn ten opzichte van een modelwoning, onthielden bewoners toch alleen de visuele informatie, waardoor het eindresultaat hen tegenviel. Ook blijkt uit dit project dat het communiceren van een duidelijke planning en het vervolgens behalen ervan, cruciaal is voor de bewonerstevredenheid.

Nul is geen nul

Maar met het proces alleen zijn we er nog niet. Uit de praktijk blijkt dat bewoners uiteindelijk zeker niet automatisch een nul op de elektriciteitsrekening te zien krijgen. Het gedrag van bewoners blijkt van doorslaggevend belang te zijn. Dus bedenken woningcorporaties manieren om bewoners hierover beter voor te lichten (de term “beter op de meter woningen” van Van Wijnen is hier een goed voorbeeld van) en helpen ze hen met een duurzame leefstijl, bijvoorbeeld door coaches in te schakelen en / of bewoners een Energy Monitoring System te geven (een display of applicatie waarmee bewoners inzicht krijgen in hun energieverbruik).

Top-down benadering

Allemaal interessante en veelbelovende “interventies” die op bewoners losgelaten worden in de hoop de tevredenheid met het proces en, uiteraard, uiteindelijk met de eigen woning te vergroten. In de formulering van de voorgaande zin zit iets belangrijks: Het betreft bedachte maatregelen (meestal niet door de bewoners) die losgelaten worden op de bewoners, oftewel top-down over ze uitgestrooid worden. Dat hoeft geen probleem te zijn. Sterker nog, sommige van deze maatregelen blijken goed te werken. Maar hoe bepaal je wat je in gaat zetten en zijn bovenstaande maatregelen allemaal nodig?

De eerste inzichten

De afgelopen jaren hebben we, onderzoekers van de groep Energie & Gedrag (Kenniscentrum Energie, Hanzehogeschool Groningen), enkele van deze methoden getest. Zo hebben we bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de effecten van het implementeren van een EMS (Energy Monitoring System) bij huurders. Onze conclusie? Niet doen! Of tenminste, alleen onder heel specifieke omstandigheden: Er moet sprake zijn van een EMS die als display in de woonkamer staat of een app die met slechts één klik te openen is, er moet feedback op maat gegeven worden en de gebruikers dienen “handelingsperspectieven” voorgeschoteld te krijgen (ze moeten m.a.w. weten wat ze aan hun energieverbruik kunnen doen). Dergelijke systemen zijn doorgaans prijzig, de effecten ervan relatief klein en vandaar het advies om er niet zonder meer mee te beginnen.

Wat werkt dan wel? Lees deel 2

Met goede ambassadeurs en een aanpak voor huishoudens als sociale groep is absoluut winst te halen. Meer hierover in deel 2.

Volgens Dien maak je plannen niet achter je bureau. Daarom gaat ze graag op pad om te horen en zien wat er speelt in de noordelijke roemte. Ze heeft haar eigen studio voor sociaal ruimtelijke vraagstukken en werkt sinds 2015 als projectleider bij Roeg & Roem. Dien verbindt en prikkelt en denkt graag buiten gebaande paden.

Bekijk al onze bloggers