Bruisende, ondernemende gemeenschappen. Ik schreef er al tweemaal eerder over en noemde de vijf pijlers van de wijkeconomie. In deze blog de tweede pijler: het stimuleren van nieuw ondernemerschap.

De toekomstige ondernemer loopt al jaren met het idee rond: “eens ga ik voor mezelf beginnen”, weet misschien al waarmee en heeft grootse plannen. Is misschien net ontslagen en heeft geen zin in het gedoe van het UWV, zoals verplicht elke week een sollicitatiebrief schrijven. Tegelijkertijd is in het dorp gebleken dat bewoners een dienst missen waar een nieuwe ondernemer misschien in kan voorzien.

Allemaal aanleidingen om ondernemer te worden.Maar wat komt er dan bij kijken… ?

Wat overwint? De tientallen beren op de weg? De angst voor mislukking? Of het feest van de zelfstandigheid? De ambitie om iets toe te voegen dat ertoe doet?

Voor dorpen en wijken zijn nieuwe ondernemers goud waard. Ze brengen geld in de gemeenschap. Ze leveren producten of diensten. Ze brengen beweging. Ze dragen bij aan vernieuwing.

Wat overwint? De tientallen beren op de weg? De angst voor mislukking? Of het feest van de zelfstandigheid? De ambitie om iets toe te voegen dat ertoe doet?

Voor dorpen en wijken zijn nieuwe ondernemers goud waard. Ze brengen geld in de gemeenschap. Ze leveren producten of diensten. Ze brengen beweging. Ze dragen bij aan vernieuwing.

Zorg er daarom voor – als gemeente, als gemeenschap – dat het feest is en blijft en dat niet de beren overheersen. Ga in dorp en wijk op zoek naar die bijzondere mannen en vrouwen die overwegen een onderneming op te zetten. Vind ze achter de voordeuren en aan de keukentafels. Spoor ze aan zich te melden. Benadruk hoe waardevol ze zijn. Hoezeer ze bijdragen aan de leefkwaliteit van hun gemeenschap. Laat zien dat ondernemerschap hot is. Ontketen een campagne rond startende ondernemers.

Laat ze vervolgens niet in de steek. Maak gebruik van organisaties die verstand hebben van businessplannen. Vaak kan dat zelfs kosteloos, bijvoorbeeld als je als gemeente afspraken hebt met een MKB-deskundige. En zet vooral ook bestaande ondernemers uit dorp of wijk in, zij kennen de markt en de lokale hobbels en valkuilen, maar ook de succesfactoren. Beperk je niet tot het houden van een startersavond. Die drempel is vaak te hoog en helemaal als het om zoiets spannends als je eigen onderneming gaat.

Tenslotte nog een bijzondere groep nieuwe ondernemers: de cottage industries. Mensen die het fantastisch vinden om in een mooi dorp te wonen, ook al zit hun afzetmarkt daar niet. Ze leveren hun producten of diensten elders in ons land, in Europa of wereldwijd. Ze zijn daarmee niet afhankelijk van de wellicht beperkte afzetmogelijkheden in hun woonomgeving (ze worden daarom ook wel footloose ondernemers genoemd). Maar ze investeren wel in het dorp: door er te wonen, er hun boodschappen te doen, de lokale aannemer in te schakelen enzovoort. Ze versterken economie en welvaart. Straal je als dorp uit dat je ondernemend bent, heb je mooie woonlocaties, dan kun je zulke ondernemers aantrekken!

Stimuleer, omarm en koester dus nieuw ondernemerschap. Wakker durf en ambitie aan. Maak nieuw ondernemerschap een zaak van het hele dorp.

Jan van der Bij, adviseur bij CMOSTAMM, is expert op de terreinen wonen en regionale en lokale economie en het opstellen van streekvisies.

Bekijk al onze bloggers