De aanpak van de woningvoorraad in de krimpgebieden was lange tijd synoniem voor het ingrijpen van corporaties in de huurvoorraad. Inmiddels weten we dat de particuliere woningen een minstens even zo grote uitdaging vormen. De provincie Groningen en 12 Groningse gemeenten wachten niet af, maar zoeken met experimenten de kansen op. In de publicatie ‘Gronings Gereedschap’, gepubliceerd op 30 januari, worden de eerste resultaten en ervaringen gebundeld.

Gronings gedeputeerde Marianne Besselink gaf bij de start van de presentatie in het provinciehuis aan dat het denken over de particuliere woningvoorraad is begonnen bij de Woon- en Leefbaarheidsplannen die de laatste tijd zijn opgesteld in de provincie (De Marne, Eemsdelta, Oost-Groningen). ‘Bij de WLP’s hebben we veel met corporaties overlegd: hoe pakken zij de huurwoningen aan? Toen ontstond al snel echter de vraag: wat doen we dan met de bestaande koopwoningen?’ Een vraagstuk met meerdere dimensies, waar recent het aardbevingsvraagstuk bij is gekomen. En waar meerdere partijen voor nodig zijn om het aan te pakken, aldus Besselink. Om die reden werd het experimentenjaar in het leven geroepen (met steun van de ministeries van BZK en IenM): 10 experimenten rond de aanpak van particuliere woningen werden in 2014 gevolgd en gedocumenteerd.

Programmabegeleider Enno Zuidema maakte een eerste balans op: ‘De impact is groot: over 25 jaar staan er – als er geen beleid wordt ontwikkeld – 13.500 koopwoningen leeg. De waarde van het vastgoed daalt nu al in sommige gemeenten fors; in Delfzijl worden woningen voor 35.000 euro te koop aangeboden. Dat vergt een integrale aanpak, waarbij breder wordt gekeken dan alleen naar de particulier en zijn sociaal-economische situatie. Ook de gebiedsopgave, de financiële strategie en het omliggend vastgoed moet je meenemen.’

Breder toepasbaar

Het experimentenjaar heeft ook duidelijk gemaakt, aldus Zuidema, dat er geld bij moet om de particuliere woningvoorraad aan te pakken: ‘Om woningen uit de markt te halen is een investeringsfonds nodig. Daarnaast kan een “revolverend” fonds worden ingezet voor verbetering en verduurzaming, omdat daar wel opbrengsten zijn te verwachten en bij “krimpsloop” niet. Voor de aanpak van de “rotte kiezen” en herverkaveling is een mengvorm nodig.’ Uit de woorden van Zuidema blijkt al dat er meerdere deelopgaven zijn, waarvoor per situatie een antwoord gevonden moet worden – ook financieel. De tien experimenten brengen dat ‘maatwerk’ in beeld: van de stichting Waardebehoud Onroerend Goed in Stadskanaal/Vlagtwedde tot en met de aanpak van DEEL& Ulrum, waarbij bewoners van Ulrum meedenken over de toekomst van hun dorp.

De externe experts die het experimentenjaar hebben begeleid zien kansen voor een bredere toepassing van het gedachtegoed van het ‘Gronings Gereedschap’. Olof van de Wal (Leef de stad): ‘Dit gereedschap gaat zeker niet alleen over krimp. In andere gebieden in Nederland krijgen we ook te maken met de particuliere voorraad.’ Kennis- en krachtenbundeling is essentieel, aldus Jan Winsemius (Bureau Middelkoop): ‘We hebben andere kennis nodig. Dit is niet even 100 woningen in de wei bouwen. Je moet individueel met bewoners in gesprek. Daarnaast zijn er onderwerpen die je juist gezamenlijk moet oppakken. Bijvoorbeeld stedelijke herverkaveling; dat kun je beter in één keer samen met het Kadaster oppakken dan ieder voor zich.’

Vervolg

Het experimentenjaar krijgt in 2015 een vervolg, zo gaf Marianne Besselink bij het slot van de presentatie aan. Ze haalde de deelnemers aan de zogenaamde Grote Coalitie naar voren: landelijke organisaties die actief mee willen denken over de aanpak van de particuliere woningvoorraad. De NVM bijvoorbeeld, die bij monde van Ger Hukker aangaf dat ‘je als organisatie heel wat uit te leggen hebt als je hier vandaag niet bent’. Gevolgd door een oproep aan het Rijk: ‘Willen we mensen in dit soort gebieden helpen met doorstroming naar een betere woning, dan moet financiering van een eventuele restschuld mogelijk worden. Daar ligt een opgave voor het ministerie van Financiën.’ De Rabobank bleek tot nu toe de enige bank die zich serieus met de materie wil bezighouden, hopelijk volgen er in 2015 meer. Frans Musters van de Rabobank Noord-Groningen: ‘Hier ligt ook een welbegrepen eigenbelang: wij hebben veel woningen in dit gebied op de balans staan. Daarom denken wij hier actief over mee.’ De Marne, Eemsdelta en Oost-Groningen gaan in ieder geval verder met het thema, zo gaven wethouders Herwil van Gelder en Seine Lok en burgemeester Rika Pot aan. De laatste: ‘Krimpsloop kennen we al langer; complimenten aan de corporaties voor de manier waarop zij dit de laatste jaren hebben opgepakt. Het is nu tijd om de doelgroep te verbreden en ook met particuliere voorraad aan de slag te gaan.’

(Beeld: Alex Wiersma, provincie Groningen)

 

Kees de Graaf is stadsgeograaf, freelance tekstschrijver [Studio Platz] en correspondent voor gebiedsontwikkeling.nu en ArchiNed. Hij blogt voor Roeg en Roem over architectuur, stedenbouw en gebiedsontwikkeling in dorp en stad.

Bekijk al onze bloggers