De stad Groningen heeft twee gezichten. Het succes bruist in de binnenstad, maar niet iedereen doet mee. Dagblad van het Noorden belicht de komende maanden de zon- en schaduwkant van de stad. Om te beginnen een fietstocht langs de verschillen.

De stad bloeit. Wie aankomt op het Hoofdstation van Groningen voelt het: hier is beweging. Haastige jonge mensen, met koffie in de hand en telefoon aan het oor. Ze schieten nog even de AH To Go in voor een broodje, scannen zelf, betalen contactloos. Zelfverzekerd en doelbewust.

De wereld ligt voor ze open en Groningen is hun basis.

Huur een fiets op het station, stap op en het is snel duidelijk waarom ze hier zijn. Het terras bij het Groninger Museum zit overvol, in de koffietentjes wordt druk gewerkt op laptops, in de Folkingestraat zit een conceptstore met luchtzuiverende planten en een ketting met het woord ‘flawsome’: iemand die zijn fouten omarmt en weet dat ie desondanks geweldig is.

Fiets even door en daar is de universiteit die met de hogeschool een groot deel van die jonge mensen naar de stad trekt. Ze komen overal vandaan. In de Oude Kijk in ‘t Jatstraat klinken evenveel talen als er hippe horecazaakjes zijn.

Jacob Dijkstra, socioloog, werkt aan die universiteit. Vader van drie kinderen, hun moeder ook hoogopgeleid, eigenaar van een stadse koopwoning in de Oosterpoort, halflang haar en een T-shirt waarop staat dat de geest is als een parachute: hij werkt alleen als ie open staat.

De binnenstad wordt de laatste tijd meer en meer van mensen als Jacob Dijkstra, ziet patatbakker Harry Waterloo vanuit zijn kraam op de Grote Markt. ,,Vroeger ging Groningen-Noord de stad in. Nu komen de tweeverdieners uit Groningen-Zuid. Niet zo raar als je weet wat het kost om even op het terras te zitten.’’

Vlakbij de Waterloo-kraam verrijst het Groninger Forum. Deze stad bouwt. Aan de binnenstad, aan de ringweg, aan een gloednieuwe buitenwijk, aan jongerenhuisvesting, aan gewilde woningen nabij het centrum. Het gaat Groningen goed, dat trekt en drijft de prijzen van woningen op.

Dubbel gevoel

In het stadhuis van Groningen, aan diezelfde Grote Markt, zit een burgemeester met een dubbel gevoel. Peter den Oudsten is trots op zijn succesvolle stad, maar weet ook dat veel mensen niet meeprofiteren van dat succes. Dat doet hem pijn. Vorige week ontbeet hij nog met Stadjers die afhankelijk zijn van de voedselbank. ,,De armoede in deze stad is schrijnend. Om dat te zien moet je beter kijken.’’

Om dat te zien, moet je doorfietsen. Voorbij de binnenstad, voorbij het Noorderplantsoen waar studenten zonnebaden en jonge ouders met een flesje wijn en op blote voeten hun kroost uitlaten. Dan moet je via een tunneltje onder de ringweg door. Een grauw tunneltje, versierd met vrolijk gekleurde graffiti.

Aan de andere kant ligt Vinkhuizen-Zuid, de buurt die met stip is komen bovendrijven als risicovolle wijk in de Atlas voor Gemeenten. Verpaupering dreigt, ondanks de miljoenen die zijn gestoken in de wijkvernieuwing. Dat kinderen kunnen spelen op de mooi ingerichte speelplaats langs de Goudlaan neemt niet weg dat een deel van hen opgroeit in armoede.

Zonder ontbijt naar school

Een vijfde van de kinderen in de stad heeft ouders van wie het inkomen onder het minimum zit. Veel van hen wonen in een wijk als Vinkhuizen. ,,Vraag maar eens aan leraren in die wijken hoeveel kinderen zonder ontbijt op school komen’’, zegt de burgemeester. ,,Dat zijn er flink wat.’’

Verderop in Vinkhuizen, aan de voet van de Platinaflat, verwisselt Hilkolina de Roo zon voor schaduw. Aan haar voeten hondje Molly, aan haar zijde de buurman. Alle voorbijgangers groeten.

Hartstikke mooi, vindt zij het leven in Vinkhuizen. ,,Iedereen kent elkaar, iedereen staat voor elkaar. Geen vuil op straat. Tien punten.’’ Jazeker, ook bij haar in de flat lopen veel mensen bij de sociale dienst. Sommigen ook bij de voedselbank.

Maar arm? Ze schudt haar hoofd. ,,Dat geloof ik niet. Ze zetten gewoon wat eten voor elkaar neer.’’

Niet alleen het inkomen bepaalt of mensen wel of niet meekomen in de stad. Het draait ook om sociale verbanden, gezondheid, opleiding, wel of niet gehoord worden. Echt mis gaat het als mensen zich zo aan de kant voelen staan dat ze zich afkeren.

Paddepoel

Neem het volgende tunneltje Vinkhuizen weer uit en je fietst naar Paddepoel. Daar zit Grietje Bos – kort blond haar, volledig in het wit gekleed, haar nagels oranje gelakt – op een bankje naast het winkelcentrum. Voor haar ligt een druk kruispunt, achter haar knallen met oorverdovend kabaal de heipalen voor een studentenflat de grond in.

,,Lekker even hier’’, zegt ze met haar ogen half gesloten in de zon.

In het winkelcentrum is het al jaren niet gezellig meer, vindt ze. Je mag niet meer roken, winkels sluiten, de buitenlanders en studenten in de wijk geven niks uit. Ze stemt op Geert Wilders. Al jaren. Wie haar stad besturen weet ze niet. ,,Maakt me niks uit. Ze doen toch wat ze willen. Je bent maar een nummertje.’’

Bos werkte ooit in een fabriek in Hoogezand, maar is afgekeurd. Paddepoel is haar wijk. Ze heeft een goed huisje en fietst graag. Thuis wacht haar parkiet Pico. ,,Die kan praten. Nou, klaar toch.’’

Scheidslijn

In het zuidelijke deel van Paddepoel is de laatste jaren veel nieuw gebouwd. De Grote Beerstraat is een scheidslijn: aan de ene kant grote moderne gezinswoningen, aan de andere kant de eenvoudige huizen uit de jaren zestig. De straat komt uit op de Voermanhaven aan het Reitdiep. Hier zwemmen de buurtkinderen terwijl de bewoners van de luxe huizen zonnebaden op hun terras of de boot oppoetsen om een stukje te gaan zeilen.

Groningen hecht belang aan gemengde wijken. Ghetto’s zoals in grote buitenlandse steden heb je hier niet. Nieuwe koopwoningen tussen de sociale huur in is een van de maatregelen om de wijken divers en leefbaar te houden. Maar werelden blijven vaak gescheiden, ook al wonen mensen op elkaars lip.

De Eikenlaan voert vanuit Paddepoel langs Selwerd – waarover de zorgen ook toenemen – naar De Hoogte, een buurt die al jaren aan de top staat van probleemlijstjes. Hier hebben de voetbalvelden van VVK plaatsgemaakt voor nieuwbouw. ,,Jammer’’, vindt de 86-jarige Aafke Brugge-De Weerdt. ,,Mijn man en ik gingen graag even naar het voetbal.’’

Ze zit op een parkeerplaatsje op de hoek van de Borgwal en Van Oldenbarneveltlaan, waar Henk Reker een ‘buurttafel’ heeft met wat plastic tuinmeubilair, parasol, radiootje en blikjes bier voor de liefhebber. ,,Die mensen uit de nieuwe huizen komen hier geen praatje maken hoor’’, zegt Brugge-De Weerdt. ,,Die voelen zich te veel elite.’’

Onder de parasol hangt een kunstbeen, gevonden in een container, aangekleed met een steunkous en versierd met een wollen jarretel, gehaakt door Brugge-De Weerdt. ,,Je moet er zelf wat van maken.’’

Ach ja natuurlijk, zegt Henk Reker, hij moet die stoelen ’s avonds wel vastzetten. Anders zijn ze weg. ,,Dat is ook De Hoogte.’’

Door de Hunze, kalme kinderrijke niets-aan-de-hand nieuwbouwwijk, vervolgt de fietstocht naar Beijum. Daar zit Bryan Fortes, man met baard van Antilliaanse afkomst, voor zijn huis aan de de Munsterheerd in Beijum-Oost. Aangeschoven, zoals zo vaak, is buurtgenoot Bianca de Vries. Ze drinken Schültenbrau en vinden het geweldig in Beijum. ,,Net een dorp.’’

Ze zitten in de schuldsanering en gaan naar de voedselbank. Allebei. ,,Relatie over, geen werk meer’’, verklaart zij. ,,En dan wel blijven leven volgens je oude standaard.’’ Fortes knikt. Hij komt ook uit een echtscheiding. ,,Het is zwemmen in wild water. Je moet je maar zien te redden.’’

Mensen in de schuldsanering, zegt de burgemeester, leveren een topprestatie.

Fortes woont in een ‘baliewoning’, een huis dat zo moeilijk te verhuren is dat je je zonder woonpunten kunt melden bij de balie van de corporatie. Boven hem wonen cliënten van het Leger des Heils en Lentis, om hem heen de ouderen. ,,Ik heb alles meegemaakt in mijn leven. Verkrachting, huiselijk geweld, verslaving. Vroeger vond ik dat erg. Nu zijn het schatten in mijn leven. Daarmee kan ik anderen helpen.’’

De Vries knikt heftig: ,,Mijn vader zei altijd: oordeel niet en veroordeel nooit iemand, alles heeft een verhaal. Mijn oma zei: och kind, bewaar je tranen maar voor later, je zult ze nog veel harder nodig hebben.’’

Vanuit Beijum-Oost fiets je gemakkelijk door recreatiegebied Kardinge naar vergelijkbare wijk Lewenborg, en dan terug richting centrum via de beroemde Oosterparkwijk, zo vaak geschetst als het thuis van de stereotiepe Stadjer die houdt van een eierbal, FC Groningen en samen in de voortuin onder de partytent zitten.

Fusie tussen basisscholen

Ook de Oosterparkwijk is tegenwoordig gemengd. Hoog oplopend item in de wijk is de fusie tussen de Borgmanschool en de Siebe Jan Boumaschool. Een meer elitaire basisschool met de school van de ‘echte’ Oosterparkers. Ouders staan niet te trappelen.

Socioloog Jacob Dijkstra snapt dat best. Maar het is niet terecht, denkt hij. ,,Uiteindelijk bepaalt waar je vandaan komt – hoe het thuis is, wat je ouders verwachten, wat je meekrijgt – voor een heel groot deel hoe ver je het schopt. Veel meer dan de school waar je op zit. Iedereen kan dan wel dezelfde kansen krijgen, maar die verschillen reproduceren zichzelf.’’

Net buiten de wijk ziet de fietser het stadsstrand liggen aan het Oosterhamrikkanaal, waar mooie jonge mensen hutjemutje de zon aanbidden en soms wat bestellen op het naastgelegen terras van hip café DOT. Kinderen uit de Oosterpark komen hier niet.

Op het terras zit Liesbeth van de Wetering, gemeenteambtenaar met het vizier op de volkswijken. ,,Vroeger trouwde een directeur nog weleens met zijn secretaresse. Nu zoeken mensen iemand van dezelfde economische status. Ook scholen en sportclubs zijn steeds vaker gericht op een specifieke levensstijl. Na je twaalfde kom je elkaar eigenlijk nauwelijks meer tegen.’’

Van de Wetering woont in de Korrewegwijk, haar kinderen gaan naar het Praedinius Gymnasium in de binnenstad. ,,Daar houden ze dan debatwedstrijden met andere gymnasia. Waarom niet met het vmbo? Daar leren ze echt wat van.’’

Groningen-Zuid

Fiets verder naar het zuiden, voorbij de Grote Markt naar de Hereweg, onder de ringweg door naar de wijk Helpman. Het toonbeeld van ‘Groningen-Zuid’, waar de huizen groter worden hoe verder je fietst, om uiteindelijk uit te komen bij brede groene lanen met statige stadsvilla’s.

Voor het wijkgebouw bij de Helperkerk, in niet het meest chique deel van de wijk, drinken bewoners gratis koffie. Dit stukje Helpman, vertellen ze, is nog steeds herstellende van twee zelfmoorden van jonge mensen uit de buurt die ook niet meekwamen in de samenleving.

Eenzaamheid is overal. ,,Ik heb daar ook last van’’, zegt Ellen de Visser. ,,In mijn straat zijn kinderen het bindende element, maar verder leeft iedereen erg voor zich.’’

Verdeelde stad is voor niemand goed

Een verdeelde stad, zegt Liesbeth van de Wetering, is voor niemand goed. Ook niet voor de happy few. ,,Onderzoeken wijzen uit dat samenlevingen ongelukkiger worden als het te veel gaat over geld verdienen alleen en minder over de zaken waar het echt om draait.’’

Met het verheffingsideaal is lang gedacht dat als iedereen maar dezelfde kansen krijgt, gelijkheid uiteindelijk zal volgen. ,,Maar het is een veel hardnekkiger probleem.’’

Socioloog Jacob Dijkstra denkt dat het verschil schrijnender is door die gedachte dat iedereen alles moet kunnen worden. ,,We zijn succesmachientjes geworden. Als het niet lukt, is het je eigen schuld.’’

We hebben het probleem nog nooit kunnen oplossen, constateert de burgemeester met spijt. ,,En als er een groep is die niet profiteert van het succes van de stad, wordt het gat groter.’’ Het is een wrange conclusie. Want hoe succesvol is de stad dan echt?

Dat, zegt de burgemeester, is een goeie vraag.

– Maaike Borst