Alles wijst erop dat de komende 15 jaar de stad Groningen in hoog tempo groeit. In 2015 werd de 200.000ste  Stadjer verwelkomd, en in 2030 is naar verwachting de 250.00ste aan de beurt. Dat betekend ook ongeveer 20.000 nieuwe huishoudens die een plek nodig hebben. Maar hoe moeten die eruit zien, en waar moeten die komen? Daniel Depenbrock van KAW vertelde tijdens het Spitsuurtje Geef de woningvraag een plek op 2 februari meer over de mogelijkheden in, aan en om de stad. Samen met een groep betrokken mensen van verschillende partijen werden de verschillende opties verkend.

Betaalbaar in de stad

We hebben het over de woningvraag in de (nabije) toekomst. Maar wie weet hoe de toekomst eruit ziet? Hebben we dan nog allemaal een auto voor de deur staan? Of kun je in een willekeurige zelfrijdende auto stappen? En hoe zien de winkelstraten er dan uit? Er is niemand die in de toekomst kan kijken, maar we weten één ding zeker; er zal veel veranderen. Om daarop in te kunnen spelen moeten we niet bang zijn om innovatief te denken. Een kangoeroewoning, tiny house of appartementen met gezamenlijke ruimtes. Door creatieve ideeëen kunnen we de stad op een duurzame manier inbreiden en wonen in de binnenstad mogelijk maken voor verschillende doelgroepen. Hierin moet niet alleen de markt sturend zijn, maar heeft ook de gemeente een rol. Een praktisch voorbeeld is de parkeernorm, die bemoeilijkt de innovatie op de huizenmarkt.

Aantrekkelijk aan de stad

Daniel Depenbrock durft best te zeggen dat we in Groningen te lui zijn. Nu de crisis voorbij is en woningen toch wel worden verkocht, vergeten we soms stil te staan bij de vraag: ‘Wat willen we eigenlijk met de stad?’ En ‘bieden we wel de woningen waar behoefte aan is?’ De consument kiest uiteindelijk toch uit het aanbod dat er is en verhuisd dan maar naar het Reitdiep of naar Beijum terwijl dit niet zijn voorkeur heeft. Daarom moeten we niet alleen nadenken over inbreiding in de binnenstad maar ook over de randen van de stad en daarbuiten. Nu de crisis voorbij is, lijkt het seriematige denken weer de overhand te nemen en worden de uitleglocaties vol gepland. Maar is dit wel de juiste oplossing? We moeten de stad breder benaderen en na durven te denken over vernieuwende woonvormen en plattegronden en een duurzame visie voor de stad.

Bereikbaar om de stad

Het centrale punt voor de meeste huizenzoekers is de Martinitoren. Als dat niet haalbaar blijkt, wordt er regelmatig uitgeweken naar dorpen om de stad. Beginnend in het zuiden (Haren), richting het westen (Zuidhorn) wordt er een huis gezocht. Hoe meer in het oosten hoe lager de huizenprijzen. Het Noorden en Oosten van de provincie blijkt voor veel mensen 0naantrekkelijk.
Om de druk op de stad te verlichten, zouden we de stad ook als regio kunnen zien door te investeren in plaatsen als Zuidhorn en Hoogezand. Door de bereikbaarheid te verhogen en huizen te bouwen voor de juiste doelgroep. We kunnen ook nadenken over de vraag hoe we het oosten aantrekkelijker kunnen maken. Zou je bijvoorbeeld iets kunnen doen aan het imago van Hoogezand? Dat is immers in de stad ook gelukt in Ten Borgh.

Wordt vervolgd

20.000 nieuwe woningen, die passen niet allemaal in de stad. Om aan de woningvraag te beantwoorden hebben we dus een brede aanpak nodig. Maar als we op een creatieve manier nadenken over wonen in, aan en om de stad kunnen we een heel eind komen. In het volgende Spitsuurtje (datum wordt nog geprikt) denken we samen met Erik Roerdink van De Zwarte Hond architecten en de gemeente Groningen na over vernieuwende oplossingen in de stad.

Aangehaakt blijven? Stuur ons een mailtje (info@roegenroem.nl) dan houden we je op de hoogte.

Merel is altijd op zoek naar manieren om het beste in elkaar naar boven te halen. Want het is daar waar mensen elkaar ontmoeten dat er iets bijzonders kan ontstaan. Het zijn dan ook niet haar studies filosofie en journalistiek waar ze het meest van leert maar de plekken waar ze komt en de bijzondere mensen die ze daar spreekt. Met veel plezier is ze sinds 2016 projectleider bij Roeg & Roem

Bekijk al onze bloggers