Er is veel belangstelling voor de bijspijkerbijeenkomst (ont)Zorg(en) voor Dummies op donderdag 7 februari. De strekking van deze middag is dat we de zorg meer zelf moeten gaan regelen omdat de zorgkosten van de overheid omlaag moeten. Maar hoe krijgt dat concreet vorm?

Tijdens deze interactieve middag  met sprekers en discussies wordt geprobeerd om daar antwoorden op te krijgen. De aanwezigen, afkomstig uit de zorg, woningbouwcorporaties, de bouw of maatschappelijk werk, komen tot de ontdekking dat er best veel mogelijk is als we gezamenlijk onze krachten bundelen. Vier studenten van de Academie van Bouwkunst schreven een verslag van de middag.

Veel onduidelijkheden en vragen

Diet Hensums – adviseur ‘wonen en zorg’ bij KAW architecten trapt af en vertelt dat er veel gaat veranderen in de zorg. Om gerichte antwoorden te geven op de voorgestelde beleidsveranderingen vraagt ze aan het publiek wat zij graag willen weten. De mensen uit de zaal stellen de volgende vragen:

Moeten wij voortaan zelf voor elkaar gaan zorgen? Wat verandert er voor burgers en dorpen? Verdwijnen de verzorgingshuizen? Hoe kun je je voorbereiden als verhuurder of zorgaanbieder? Wie zijn de nieuwe klanten? Hoe veranderen de rollen van gemeente, zorgaanbieder en corporatie? Wat wil de nieuwe klant? Wat betekent deze verandering financieel, zowel voor de zorg als voor huisvesting?

De aanwezige sprekers geven op veel van deze vragen antwoorden. Op onbeantwoorde vragen zoekt het publiek gezamenlijk naar oplossingen.

Regeerakkoord

Daarna krijgt Hans Springer, manager inkoop langdurige zorg bij Menzis, het woord. Hans geeft inzicht hoe de zorg op dit moment geregeld is en wat er gaat veranderen. Hij vertelt dat de zorgkosten enorm stijgen, sneller dan de inkomens. In 2000 waren de zorguitgaven van de overheid bijvoorbeeld 46,5 miljard en in 2011 was dat al opgelopen tot bijna 90 miljard euro. Daar komt bij dat mensen steeds ouder worden en dat zij daarbij meer zorg nodig hebben. Binnen enkele jaren is de zorg daarom niet meer te betalen en dus zullen we als samenleving meer zelf moeten doen, maar we zullen ook meer zelf moeten betalen. De belangrijkste vraag is dan ook hoe we de zorg betaalbaar en aantrekkelijk houden om dit als samenleving meer zelf te kunnen en willen doen.

De voorgestelde beleidswijzigingen komen voort uit de plannen van het kabinet Rutte II en houden in het kort het volgende in:

Scheiding wonen en zorg

De overheid maakt een scheiding tussen wonen en zorg en noemt dit extramuralisering. De ZorgZwaartePaketten (zzp) 1 t/m 4 gaan de komende jaren naar een thuissituatie. Deze doelgroep zit dan veelal niet meer in een verzorgingstehuis maar zij krijgt thuiszorg dat in de wijk, of door naasten wordt opgevangen. Deze mensen betalen dan zelf hun huisvesting en ze schakelen pas zorg in als dat echt nodig is. In een verzorgingstehuis wordt nu zowel de huur als de zorg betaald uit de AWBZ. Verzorgers zullen zzp 5 t/m10 verzorgen en zij zullen daardoor meer met hun professie bezig zijn. Toch heeft deze beleidsverandering invloed op verzorgingstehuizen. Verpleegtehuizen worden een voorziening, en niet iets waar je standaard aanspraak op kunt maken. Val je in zzp 1 t/m 4 dan kun je hier over enkele jaren niet meer terecht. Dit heeft tot gevolg dat de druk op de samenleving toeneemt want niet elke zzp 4 cliënt kan buiten een verzorgingstehuis wonen.

Volgens Yt de Jong, manager bij Zuidoostzorg, kan de zorg toch meer richting een thuissituatie met zorg op afstand. Via een I-pad kunnen verzorgers ouderen in de gaten houden en vragen hoe het met ze gaat. Daarnaast vindt Yt dat wij als samenleving meer zelf kunnen regelen: met de buurt, familie of vrijwilligers voor de ouderen zorgen in hun eigen huis.

De regie moet daarbij zoveel mogelijk in handen blijven van de ouderen zelf. Ouderen kunnen namelijk best veel zelf, meer dan we denken. Volgens Yt heeft Iedereen een eigen kracht maar er is verkeerde beeldvorming rond ouderen. Deze zal de komende jaren gaan veranderen.

Ouderen ondersteunen in de thuissituatie

Hans Springer is van mening dat preventieve zorg veel van de zorgproblemen op kan vangen. Door tijdig ondersteuning te bieden aan ouderen, zowel lichamelijk als geestelijk kan de overheid onnodig dure zorg in een verzorgingstehuis vermijden. Hij pleit daarom voor een integratie van welzijn, participatie, arbeid en wonen. Met elkaar kunnen we op deze manier de kwaliteit van leven voor ouderen verbeteren. Hierdoor voelen deze ouderen zich minder eenzaam doordat ze onderdeel blijven van de maatschappij. Als de zorg dichter bij huis komt kunnen mensen langer ‘zelfstandig’ wonen.

Grote rol voor gemeenten en mantelzorgers

Volgens het nieuwe regeerakkoord kunnen mensen dus minder aanspraak maken op de zorg. De zorg wordt overgeheveld van de landelijke overheid naar de lokale overheden. Woningbouwcorporaties zullen in opdracht van de gemeente de huizen aan moeten passen op de zorgbehoefte om mensen langer zelfstandig te laten wonen. Daarnaast komt er een grotere rol voor de mantelzorg. De familie, buren of vrijwilligers zullen zich meer in moeten zetten: boodschappen doen, ramen lappen, gras maaien, de heg knippen of het maken van een praatje.

’Noaberschap’ zal daardoor meer betekenis gaan krijgen. In deze vorm van zorg staat de vraag centraal: ‘Waar hebben bewoners of ouderen nu echt behoefte aan?’ De focus ligt daarbij voornamelijk op vraaggestuurde zorg en het welzijn van de ouderen. Een goede welzijn vermindert namelijk psychische en lichamelijke klachten, mensen worden minder snel ziek en daardoor kunnen ze langer zelfstandig blijven wonen.

Wat kunnen de ouderen zelf nog?

Geja Broeders, manager van Zuidoostzorg, zegt dat we meer moeten kijken wat de ouderen zelf nog kunnen doen. In het verzorgingstehuis van Zuidoostzorg in Drachten is de gemiddelde leeftijd 90 jaar en het gros van de mensen hier heeft zwaardere zorg nodig (zzp 4 t/m 6). Toch is zij van mening dat je deze ouderen zoveel mogelijk zelf moet laten doen en moet laten kiezen, ze worden nu te veel gehospitaliseerd. Als een oudere bruine bonen met spek wil eten dan moet dat gewoon mogelijk zijn. Dat wordt nu niet aangeboden omdat het als vet en ongezond bestempeld is. Ouderen moeten niet vanuit de massa benaderd worden, maar vanuit het individu. Ook vindt zij dat de ouderen te geïsoleerd leven. Het tehuis is intern gericht en dat willen ze in de toekomst veranderen: er moet meer relatie zijn met de wijk.

Zorg op wijkniveau

Marian van Voorn is werkzaam voor STAMM, adviesbureau voor de sociale sector. Zij vindt dat er een sociaal netwerk moet komen om ouderen meer in de wijk op te nemen. Met een factsheet legt ze uit om hoeveel mensen dit gaat. De getallen vallen best mee, echter het gaat niet om de getallen maar om de mensen met hun specifieke mogelijkheden en beperkingen.

Er wordt een filmpje getoond van Harry een oudere met een verstandelijke beperking, hij leeft verstandelijk op het niveau van een 3-jarig kind. Harry valt onder zzp 4. Als het aan de overheid ligt zal Harry dus ook op zichzelf moeten gaan wonen. Harry heeft echter heel veel begeleiding nodig en kan niet op zichzelf wonen. Zorgbehoevenden moeten dus niet over één kam geschoren worden. Sommige individuen hebben meer zorg en toezicht nodig.

Vanuit de kabinetsplannen is een centraal punt voor zorg opgezet. Deze wordt aangestuurd door gemeenten. Vanuit dit punt kunnen zorginstellingen, huisartsen, zorgaanbieders en fysiotherapieën zorg aanbieden. Door dichtbij huis zorg aan te bieden en door de woningen levensloopbestendig te maken is het mogelijk dat ouderen langer zelfstandig kunnen wonen.

Samen in een sociaal vangnet

In het publiek wordt opgemerkt dat ouderen ook vaak voor een verzorgingstehuis kiezen om sociale redenen: ze zijn eenzaam en willen mensen ontmoeten, ze willen hun familie niet tot last zijn of de familie is niet altijd in staat om te helpen. Verhuizen naar een verzorgingstehuis is daarom voor de meeste senioren een goede oplossing. Daarnaast zijn de aanwezigen in de zaal het erover eens dat ouderen best langer zelfstandig kunnen wonen met hulp van een sociaal vangnet onder regie van de gemeenten en de mantelzorg. Het is daarbij goed om woningen dichtbij de plek te plaatsen waar zorg aangeboden wordt om gewenste zorg makkelijk aan te bieden.

De aanwezigen bij deze bijeenkomst beseffen dat de maatschappij niet te veel in moet vullen voor ouderen, de regie moeten we zoveel mogelijk bij hen zelf laten. Ouderen moeten daarbij als individu behandeld worden en niet allemaal als patiënten. Zij hebben namelijk vaak zelf nog kwaliteiten die ingezet kunnen worden op wijkniveau. Denk bijvoorbeeld aan het invullen van de belastingpapieren of iets extra’s koken voor de buurman. Kleinschaligheid in de zorg wordt kortom belangrijk. Net als oplossingen zoeken vanuit wat er al gebeurt, zoals bijvoorbeeld buurtzorg.

Als we de krachten bundelen dan kan het ons allen wat opleveren, Al weet geen van de aanwezigen een eenduidig antwoord te geven op de gestelde vragen voorafgaand aan deze bijeenkomst.

 

Deze architect is doortastend, creatief en resultaatgericht. Een goede leefomgeving is waar het volgens haar om draait, helemaal wanneer dit samenkomt op ruimtelijk én sociaal vlak. Annette was van 2012 tot 2015 projectleider bij Roeg & Roem en nu werkzaam als architect bij TWA architecten.

Bekijk al onze bloggers